GEDICHT VAN DE WEEK

 

 

VAN KRANENDONK (1890-1979)

Deze week een dichter die medewerker was van De Stem het tijdschrift met humanistische grondslag met Dirk Coster als leidende kracht.

Marie van Kranendonk(1890-1979) was onderwijzeres te Delft. Ze was gehuwd met de hierboven genoemde letterkundige. Zij beheerde zijn nalatenschap en begeleidde de uitgave van Costers Verzamelde werken.

Als dichter sluit zij aan op de periode van het begin van de twintigste eeuw en misschien zelfs van de negentiende. Het gedicht van de week getuigt hiervan: verheven taal, hemelse beelden; maar toch door deze vaag-wegdromende regels breekt iets door van een oprecht beleven van een andere werkelijkheid.

Het gedicht werd voor het eerst gepubliceerd in De Stem in 1921, hier is het overgenomen uit de bloemlezing van Dirk Coster “ Nieuwe Geluiden, Een keuze uit de Nederlandse Poëzie tussen de beide Wereldoorlogen”( 6e 1970/1e 1927).

 

 

REAGEER OP HET GEDICHT